Home Coachen, hoe ? deel 1

Coachen, hoe doe je dat ? (deel 1)

Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst vaststellen wat onder coachen wordt verstaan. Een vraag die niet een twee drie valt  te beantwoorden. Laten we zeggen "Coachen" is het beïnvloeden van de sport of van de sportbeoefenaar(s). 

De perfecte coach

Iedere coach heeft zijn eigen visie. Zo zal iedere coach zijn eigen methodes hebben om te bereiken wat hij wil. Wat de perfecte coach moet hebben, of wat hij/zij moet doen daar zullen altijd de meningen over blijven verschillen. Iedereen die zich met coachen bezig houdt , doet dit met de beste bedoelingen. Hij is misschien overgehaald om eraan te beginnen omdat hij zelf vroeger aan (top)sport heeft gedaan. Maar, met name, jeugd begeleiden, is een van de moeilijkste dingen die er is. Natuurlijk, coachen heeft heel veel te maken met ervaring. Maar je moet ook de capaciteiten hebben om het over te brengen. Spreek de taal van de sporters in je team. Je moet je kunnen verplaatsten in de spelers.  Coachen kan je alleen leren, door het te doen. Voor de coach moet wel gelden, wat ook voor de spelers geldt: Je moet er plezier aan beleven. Hoe verder men zich ontwikkelt, hoe beter vaak het resultaat. En winnen, dat willen we tenslotte allemaal!

Doelstelling 

De doelstelling van een coach kan haaks staan op de doelstellingen van clubbestuurders, sponsors, publiek en spelers. De (jeugd)coach dient ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk spelers worden opgeleidt om door te stromen naar het eerste team. Dit betekent een planning op langere termijn. Spelers en toeschouwers kijken meer naar de successen op korte termijn. We willen kampioen worden!  Als de coach onze beste speler nou niet had gewisseld dan hadden we deze wedstrijd gewonnen.   

Voor een coach is het van belang om voorafgaand aan een sportseizoen zijn plannen uiteen te zetten. Als iedereen weet waar hij aan toe is kan dat conflictsituaties voorkomen. Spelers/ouders kunnen voor zichzelf bepalen of ze in het juiste team zitten. Bijvoorbeeld een competitief team, of een recreatie team. Gaat het alleen om de winst of om juist om de lol. De coach moet dus weten wat de motivatie is van zijn spelers. 

Observeren

Coachen begint eigenlijk met observeren. De coach moet tijdens de trainingen en de wedstrijden goed kunnen waarnemen en onthouden . Een goede concentratie is daarbij van belang. Daar waar toeschouwers kijken naar het directe resultaat, daar dient de coach zich toe te spitsen op de oorzaken en gevolgen die dat resultaat aan het eind bepaalt. Je zou kunnen zeggen, het publiek kijkt passief de coach kijkt actief. Voorbeeld? Publiek langs de lijn reageert vooral op gevolgen. De coach juist op de oorzaken. Waarom krijgt de spits amper bespeelbare ballen? Waarom beheerst de tegenstander het middenveld? Het waarnemen  (luisteren en kijken) is essentieel voor de jeugdcoach. De coach moet zich volledig kunnen concentreren op deze zaken. 

Technische Staf

Juist om alleen met de hoofdzaken bezig te kunnen zijn, verzamelen (top)coaches mensen om zich heen die verschillende taken voor het team op zich nemen. Louis van Gaal verhuisde niet alleen van  Ajax naar Barcelona. Hij nam een aantal assistenten mee. (Assistent trainers/ keeperstrainer/ wedstrijdanalist)  Wat heeft de coach van een amateurvereniging hieraan? Iemand die iedere week je volgende tegenstander bespioneert...  dat gaat wel heel erg ver.  Juist de coach van een amateurvereniging moet opletten dat hij niet met allerlei kleine randverschijnselen wordt opgezadeld. Hoe vaak wordt niet gevraagd of de coach ook even zijn eigen team wil fluiten. Hij moet in de rust ook nog even voor de ploegen thee of  limonade regelen. Ondertussen moet hij ervoor zorgen dat het rustig blijft in de kleedkamer etc... Als coach mag je van je club eisen dat dit soort zaken voor je worden geregeld. Je stopt tenslotte zelf ook veel vrije tijd en energie in de club. Je mag van de club best eisen dat er zaken goed zijn geregeld.

Het Stappenplan

Het coachen en trainen (van jeugd) is dus niets iets wat je er zomaar even bij doet. Je moet je voortdurend afvragen hoe een training (en een wedstrijd) is verlopen. Wat wil je de spelers leren. Hoe wil je ze dat leren.  Is er vooruitgang te constateren?  Het continue evalueren is een tijdrovende factor. In een studieboek van de KNVB kwam ik een coachings en trainingsmodel tegen dat zag er vereenvoudigt ongeveer zo uit:

Stap 1- Waar moet ik beginnen?

Beginsituatie

  • van de spelersgroep

  • van de individuele speler

Stap 3- Hoe kan ik deze training geven? (wat en hoe/middelen)

  • veel spel- en wedstrijdvormen

  • vaste volgorde en methodiek

  • de begeleiding

  • de organisatie

Stap 4 - Wat is het resultaat van mijn training? (evaluatie)

  • wat hebben ze geleerd

  • hoe is de training verlopen

Heel belangrijk bij de jeugd is het bewustwordingsproces dat trainen en wedstrijden spelen een geheel vormt. Je kan het niet los van elkaar zien. Refereer daar vanaf het begin al aan. De training begint altijd, al is het maar twee/drie minuten met een evaluatie van de wedstrijd. Omgekeerd geld:  voor en tijdens de wedstrijd refereer je aan de oefeningen die ze op de training hebben gedaan.  We komen hierdoor direct bij het volgende onderwerp: Het coachen voor, tijdens, en na de wedstrijd. 

Coachen op de wedstrijddag

De jeugd doorloopt verschillende ontwikkelingsfasen. Daarom is er per leeftijdsgroep ook een verschillende coachdoelstelling. Het echt coachen van de wedstrijd komt pas om de hoek kijken bij twaalf jaar en ouder. Vanaf twaalf jaar hebben de spelers de basisvaardigheden inmiddels ontwikkelt. Ze spelen niet meer over de breedte van het veld en beginnen aan 'het grote werk'. Over positiespel hoef je het bij de meeste  F-pupillen tijdens de wedstrijd niet te hebben. Laat ze zoveel mogelijk deelnemen aan de wedstrijd. Ze hebben al  moeite genoeg met het 'baas worden over de bal'  Benader deze leeftijdsgroep echter zeer serieus. Geef ze het gevoel dat ze net zo belangrijk zijn als de spelers van het Nederlands Elftal. Houdt de aanwijzingen zo eenvoudig mogelijk. Beperk de kretologie tot bal afpakken en met de bal naar het doel. Hoe vaak hoor je langs de lijn niet kreten als : geef rugdekking, aansluiten of zoek de ruimte...   

Een voorbeeld van een misverstand: Trainer maakt opstelling en zegt tegen Klaasje jij staat vandaag op het middenveld. De hele wedstrijd is er bij  zijn speler nauwelijks beweging in te krijgen. Trainer boos: je deed niet goed je best. De speler vond dat hij het prima had gedaan. Hij stond immers de hele wedstrijd in het midden van het veld. 

Zorg ervoor dat je als trainer begrepen wordt. Vrijwel geen enkele speler zal vragen stellen in de jongste leeftijdsgroepen. Jij bent immers de trainer. Dus wat jij zegt zal wel zo zijn... Door goed te observeren kan de trainer zien of zijn bedoelingen worden begrepen. 

Didactiek

Didactiek kunnen we eigenlijk het makkelijkst omschrijven als de kunst van het onderwijzen, de overdracht van kennis en vaardigheden.

Voetballen is een doe sport. Je leert vooral door veel te voetballen. Dat bereiken we bij de jongste groep door ze bijvoorbeeld over de breedte van een half veld te laten voetballen. Op een groot veld 11 tegen 11 schep je te weinig voorwaarden om kinderen het voetballen goed onder de knie te laten krijgen. De bedoelingen van het spel zijn voor de spelers niet duidelijk. Veel spelers zijn te weinig bij het spel betrokken, ze zijn te weinig aan de bal. Veel aspecten van het leerproces komen dan niet aan bod. Hoe vaak zie je bij F-Pupillen al niet teams staan met een laatste man die de hele wedstrijd van de trainer achter moet blijven staan. Een groot gedeelte van de wedstrijd doet deze speler dan niet mee. Hij komt nauwelijks toe aan het spel en leert daardoor minder. Veel trainers gaan vanaf het prilste begin zo in hun hobby/taak op dat, vermoedelijk goed bedoeld, het wedstrijdresultaat alles overheerst. 

Er moet zoveel mogelijk geleerd worden. Er zijn veel basisvormen om voetballen te leren. Maar de coach/trainer zal met deze basisvormen moeten werken. Hij of zij moet in staat zijn door middel van de basisvormen een extra dimensie aan het leerproces te geven. Iedereen heeft daarbij zijn eigen talent en stijl, maar los daarvan zijn er voor iedereen die leiding geeft een aantal basisregels waarlangs het trainen, het aanleren verloopt.

We spreken hier ook wel over didactische vuistregels. De trainer moet zich voorafgaand aan een training een voorstelling kunnen maken van alle aspecten die met het voetballeerproces te maken hebben die bepalend zijn voor het leren. De coach zal zich er van bewust moeten zijn hoe hij de spelers instrueert, coacht. Hij moet zich steeds de vraag stellen: Komt mijn verhaal duidelijk over?

Telkens komen aan bod:

A  De voetbaleigen aandachtspunten van de verschillende stappen en bijbehorende vragen

B  Een beschrijving van een voorbeeld uit de trainingspraktijk 

Didactische voorwaarden

De coach dient bij zijn training steeds een aantal zogenaamde 'didactische voorwaarden' in de gaten te houden

  • Hij verwijst bij zijn uitleg steeds naar de echte praktijk, noemt precies betrokken personen en heeft voorbeelden

  • Hij stelt de groep zo op, of gaat zo staan dat de spelers niet door dingen achter de rug van de trainer (ouders, andere training) worden afgeleid.

  • De groep staat nooit met het gezicht naar de zon

  • Coach praat met de wind mee, vooral als hij een grote afstand moet overbruggen

  • Hij laat het probleem van de coach, het probleem van de spelers worden. Hij laat het de spelers in eigen woorden herhalen.

  • Hij laat merken dat hem niets ontgaat, hij 'leest' voortdurend situaties mee. 

Over de presentatie

De coach heeft een grotere kans op succes in zijn rol als instructeur/beïnvloeder wanner zijn presentatie formidabel is.De presentatie wordt natuurlijk bepaald door het talent van de coach, echter iedere coach kan er ook als zodanig uitzien! Trainingspak, goed en verzorgd schoeisel en een opgewekt humeur zijn dingen die bij presentatie helpen. Goede omgangsvormen, geduld, relativeringsvermogen zijn eigenschappen/kwaliteiten die zeker voor een jeugdcoach belangrijke elementen zijn in de presentatie.  De coach moet uitstralen dat het hem vooral om de kinderen te doen is, en dat hij niet voor z'n eigen PR aan het bouwen is. Kinderen moeten een voorbeeld zien in de coach.  

We komen nu even terug op het eerder genoemde stappenplan.

De Beginsituatie: Waar moet de coach beginnen?

A   Voetbaleigen aandachtspunten

De coach maakt zich vooraf een voorstelling van alles dat hij bij de training allemaal tegenkomt. Hij verplaatst zich in gedachten naar het moment en de plaats waar de training plaatsvindt. De coach vraagt zichzelf af waar hij later in de echte praktijk rekening mee moet houden. De volgende zaken komen dan aanbod:

1. De stijl van de club

  • Wat is de stijl van de club?

  • Is er een jeugdplan, een werkplan of opdracht van het bestuur?

  • Is het een meer of minder prestatief ingestelde vereniging?

  • Welk beleid wordt er gevoerd ten aanzien van selecteren?

2. De spelers

  • Welke leeftijdscategorie?

  • Geselecteerde jeugd of niet?

  • Welk niveau?

  • Hoeveel spelers?

  • Hoeveel keepers zijn erbij?

  • Hoeveel afzeggingen

  • Hoe is de stemming, sfeer

  • Wat is het verwachtingspatroon?

3. Werkomstandigheden 

  • Hoeveel tijd is er beschikbaar?

  • Op wat voor veld wordt er getraind (kunstgras/zand/gravel/gras)?

  • Zijn er voldoende, en goede ballen aanwezig?

  • Zijn er verplaatsbare doelen (groot en klein), paaltjes, pilonnen, etc.?

  • Zijn er voldoende hesjes?

  • Overleg met andere trainers die tegelijk, met, voor, of na je groep trainen.

4. Fase in het seizoen (leerproces)

  • In welke fase van het jeugdvoetballeerproces zit de groep?

  • Hoe is de bereidheid/gevoeligheid voor instructie/coaching op dit moment?

  • Wat staat de spelers in de toekomst nog te wachten?

5. De Coach zelf

  • Vakkennis van de coach

  • Ervaring als voetballer en als coach

  • Interesse in de trainen groep.

  • Stijl van leiding geven

  • Vaardigheid en inzicht om training te geven.

  • Creativiteit

  • Houding tov verschillende spelers met verschillende achtergronden

  • Houding tov spelers met verschillende talenten

  • Bereidheid om samen te werken met andere jeugdtrainers

  • Stemming voor aanvang van de training

  • Invloed van gebeurtenissen bij voorafgaande training of wedstrijd.

B. Voorbeeld uit de trainingspraktijk

De stijl van de club

Er is een jeugdplan in de club waarin staat wat het beleid is bijvoorbeeld ten opzichte van selecteren van spelers. Jeugdtrainers dienen zich daaraan zoveel mogelijk te houden. Nieuwe leden worden door dit jeugdplan op de hoogte gesteld van de inzichten bedoelingen en stijl van de club. De trainers/coaches werken niet vrijblijvend, maar worden volgens een contractuele overeenkomst voor hun taak benoemd. De jeugdcoördinator bewaakt middels regelmatig overleg of een en ander volgens plan verloopt.

De Spelersgroep

Aantal eerste jaars voor de selectie . Deze groep wint regelmatig met grote cijfers. Voor grotere weerstand wordt er wel eens geoefend tegen teams uit een hogere leeftijdscategorie. Met name mogelijk bij het spelen van toernooien. 

De Coach

De coach is een oud eerste elftalspeler die inmiddels het diploma Jeugdvoetbaltrainer heeft behaald. Hij kan lang vertellen over z'n voetbalverleden, waarbij het lezen van het positiespel altijd weer aan de orde komt. Hij is extra alert op het functioneren van eerstejaars spelers.

Wat wil de coach bereiken? Een als maar weer terugkerende vraag!

A   Voetbaleigen aandachtspunten

De coach stelt zich voor de komende training iets ten doel. Hij maakt een opsomming van wat er aan zijn groep geleerd moet worden, wat verbeterd moet worden. Hierbij is natuurlijk wat er onder 'beginsituatie' is vermeld een zeer belangrijk uitgangspunt. Zeker bepalend voor het resultaat van de training is dat het gestelde doel zo duidelijk mogelijk wordt omschreven. Dat de coach dat op de groep kan over brengen.

N.B. Om tot een goede voetbaltraining te komen, moet het voetbalprobleem eerst goed worden geformuleerd ( dus wat gaat er fout) De beschrijving moet heel precies gebeuren. Er worden wel eens doelen nagestreefd waar kinderen op grond van hun ontwikkeling nog niet aan toe zijn. Er ontstaat dan niet alleen een slechte training, maar ook veel ergernis bij spelers en leiding. Houd de coach/doelstellingen in de verschillende leerfasen altijd voor ogen.

Samengevat, de coach formuleert de doelstelling van de training op basis van:

1 Inzicht in de beginfase

  • Welke leeftijd/talent/ambitie

  • Wat hebben we geleerd/fase van de competitie

2 Kennis van de jeugd (leeftijdstypische kenmerken).

3 Kennis van het voetballen (analyse van de 3 hoofdmomenten met bedoelingen en uitgangspunten)

4 Kennis, visie en houding ten aanzien van het jeugdvoetballeerproces.

Voor de inhoud van deze pagina heeft de webmaster ervaringen bij verschillende clubs gecombineerd, met diverse sportcursusboeken en instructievideo's .  Daarbij dient te worden opgemerkt dat zijn persoonlijke ervaringen voornamelijk liggen op het gebied van de jeugd t/m de C-junioren.

 
Advertenties
Bol.com
Bol.com ! De meest complete onlinewinkel. Als u via onze links naar Bol.com gaat steunt u financieel Jeugdvoetbaltips. U betaald voor uw aankoop niets extra's maar profiteert wel van scherpe aanbiedingen. Met de opbrengsten die hieruit vloeien proberen wij Jeugdvoetbaltips uit te breiden en online te houden. Alvast bedankt.
Wie is online
We hebben 2 gasten online